zaterdag 12 maart 2016

Het binnenland 

Op donderdag 03 maart 2016 vertrok ik naar het binnenland; namelijk naar Jaw Jaw. We vertrokken om 08u40 met de bus en stopten bij een inheemse school. Dit was een school van de Indianen. Jammer genoeg was het een teleurstelling, want toen we aankwamen hoorden we geen kinderen en zagen we niemand. Enkele honden waren aan het ronddwalen in het schooldomein. Onze begeleider belde de directeur en ondertussen namen we een kijkje in de klassen. De klassen hadden geen ramen, maar waren met een hekken afgesloten.





We merkten meteen een groot verschil met de school in Houttuin. Via de raamopening konden we waarnemen dat de kleuterklassen veel mooier ingericht waren en dat ze verschillende hoeken hadden zoals we in België kennen. We zagen een poppenhoek, een kapsalon, een boekenhoek, … De inrichting was mooier en verzorgder. De banken, stoelen, borden, muren … hadden ook allemaal een aantrekkelijke kleur.
Onze begeleider vertelde dat de leerkrachten en kinderen niet naar school moesten door de staking van de bussen. Dit konden we begrijpen, omdat het in onze school ook een groot probleem was om de school te bereiken. Ik moet wel toegeven dat het een grote teleurstelling was. Gelukkig waren we nog allemaal heel optimistisch om verder te reizen naar het binnenland.







































Na twee en een half uur rijden, kwamen we aan de boten. We reisden twintig minuten met de boot en kwamen aan in Jaw Jaw. Tijdens deze tocht maakten we kennis met een hele mooie natuur. We bleven ook overnachten in het binnenland om de volgende dag een ander schooltje te bezoeken.

De naam van de school was ‘Pater Vanbraak’. Op het eerste zicht was deze school hetzelfde als de school in Houttuin. We werden hartelijk ontvangen door de directeur en konden rondkijken in de klassen. We mochten zelfs enkele lessen bijwonen. Ik was heel geïnteresseerd in de werking van een kleuterklas in het binnenland. Ik had al heel wat vragen in mijn hoofd spoken, zoals ‘Hebben ze stoelen?’, ‘Dragen ze uniformen?’, ‘Hebben ze minder of meer materialen?’, …


Op de meeste vragen kon ik een antwoord vinden. Mijn eerste indruk van de kleuterklas was dat het zeer klein was met veel materialen. Ik merkte op dat de juffen niet tevreden waren met het beschikbare materiaal. De kinderen waren heel enthousiast om blanken in hun klas te hebben. Sommige kleuters waren wild terwijl andere kleuters verlegen en stil waren. Op het moment dat wij op bezoek waren, speelden de kleuters aan de tafels. Ze speelden met insteekmozaïeken, blokken, knuffels, kleine materialen, het krijtbord, … Er waren elementen aanwezig die we in België ook kennen. Toch miste ik een aantal dingen, zoals de daglijn, de dagen van de week, het weer, … De scholen in het binnenland worden beter gesteund dan de scholen in Houttuin, Paramaribo, … Dit komt omdat veel organisaties hun materialen naar het binnenland sturen.


















In deze school dragen de kinderen een uniform, namelijk een blauwe polo met een jeansbroek. Dit is anders dan O.S. II Houttuin, want daar dragen de kleuters een oranje polo in de ondergrond (kleuterschool). Het viel op dat ze weinig respect hadden voor het materiaal, want dit werd zomaar op een kar gegooid. Er was geen structuur aanwezig. Wat heel opmerkelijk was, waren de vele dobbelstenen aan de muur. Blijkbaar krijgen de juffen zoveel dobbelstenen geschonken, dat ze zelf niet meer weten wat ze ermee moeten doen. Bepaalde juffen kennen zelfs de werking van een dobbelsteen niet.
Een juf had heel veel vragen voor ons. ‘Hebben jullie dit materiaal ook?’, ‘Kennen jullie dit materiaal?’, ‘Hebben jullie ook twee juffen?’, … Het was heel fijn om te horen en te zien dat ze geïnteresseerd was in ons. Ik stelde zelf ook vragen aan de juf en de directeur. 























Hieronder enkele vragen met bijhorende antwoorden.

Ô Hebben jullie een hoofdkleuterleidster?
Nee, dit hebben we niet nodig. We vinden dit geen meerwaarde. We zijn een team en helpen elkaar. De directeur is onze begeleider en leider.

Ô Hebben jullie een zorgleerkracht?
Nee, zorg geven wij zelf. Wij zijn verantwoordelijk voor de hulp en stimulering van sommige kinderen. Wij bezitten op ons eiland geen buitengewoon onderwijs. Wij aanvaarden alle kleuters en leerlingen en geven hen de hulp die ze nodig hebben.

Ô Hebben jullie controle van de inspectie?
Natuurlijk, wij hebben evenveel controle als de scholen in de stad. Wij krijgen ook regels en afspraken van de inspectie.

Ô Hebben jullie een onderwijsvisie? 
Ja, onze school bezit een onderwijsvisie. Die visie gaat als volgt: "Aanschouwelijkheid bij het onderwijs beleren! Zien doet spreken en verstaan. De leerlingen heeft meer belangstelling voor datgene, wat heel dicht bij hen en heel duidelijk voor hem leeft, wat hij goed kan zien en zo mogelijk van alle kansen kan betasten." 



Ô Hoe krijgen jullie die materialen? 
Wij krijgen de materialen van de inspectie en soms van studenten die hier komen.

Ô Hoe komt het dat jullie stoelen mooier zijn dan de stoelen in de stad?
Wij hebben deze stoelen en tafels al een hele tijd. Wij krijgen ook geen nieuwe. Ik denk dat het komt omdat we de tafels en stoelen heel goed onderhouden. Alle materialen worden elke week gewassen met water.

Toen Laura en ik terugkwamen uit de kleuterklas, zagen we de andere studenten al weggaan. We dachten even dat ze ons vergeten waren. Gelukkig gingen wij nog even langs bij de directeur. Daar zat onze begeleider en kregen we nog wat uitleg. Er vond helaas een groot misverstand plaats. De directeur van de school was teleurgesteld dat er al enkele studenten vertrokken waren. Hij had eigenlijk graag gezien hoe wij de lessen overnamen. We hadden dit vooraf niet doorgekregen en we wisten dus niet wat de bedoeling was van ons bezoek. Gelukkig was ik nog op school aanwezig en bleef ik tot het einde, samen met Laura. Wij zijn nog even gaan kijken in het vijfde leerjaar en hebben de juf nog wat geholpen. Ik was geschrokken van het misverstand en voelde me enorm schuldig tegenover de directeur.

Ik was blij om een concreet antwoord te krijgen op al mijn vragen. Als besluit kan ik noteren dat er een groot verschil is tussen de scholen onderling. In het binnenland bezitten ze meer materiaal dan de scholen in de stad Paramaribo, waar ik stage loop. Met één feit had ik het wel moeilijk. De kinderen van het eerste leerjaar mochten de school om tien uur verlaten. Ik keek verbaasd naar de directeur. Hij deelde mee dat de leerkracht ziek was en dat er dus geen bewaking was voor de kinderen. Geen enkele andere leerkracht kon de leerstof van het eerste leerjaar geven. Wij in België zouden meteen een oplossing zoeken, zoals een vervanger, de klassen bij elkaar steken, … Hier laten ze de kinderen gewoon naar huis vertrekken.

Ik vond het een boeiende en leuke tweedaagse. Het was een meerwaarde om kennis te maken met andere scholen in Suriname. (ICOM 2.4.: Culturele ontvankelijkheid, 3.4.: Maatschappelijke betrokkenheid tonen en 4.5.: Openheid, 5.3.: Kennis hebben van de beroepsuitoefening in andere landen)



Rekendag

Op maandag 08 maart 2016 hadden we afgesproken om samen met de vier andere studenten te knutselen voor de grote rekendag, dat de volgende dag plaatsvond. Het schoolhoofd kon onze inbreng appreciëren. We mochten de school en de klassen versieren. Het was niet zomaar een activiteit, want ik wilde alle kleuters helpen. Ik had aandacht voor de kinderen die zwak waren in de fijne motoriek. Ik koos een aantal kleuters om samen te knutselen. Ondertussen kon ik hun fijne motoriek eens controleren en verbeteren. Ik had ook aandacht voor de andere kleuters. Ik zag bijvoorbeeld dat er een kleuter moeite had met het scheuren van papier. Ik maakte knipjes in het blad, wat voor het kind veel gemakkelijker ging. Op woensdag kwam de kleuter naar me toe om knipjes te maken in zijn papiertje. Het scheuren ging voor hem veel gemakkelijker.



























Er was ook een kleuter aanwezig die vaak afgeleid was en die haar activiteit snel wilde stoppen. Ik probeerde het kindje te stimuleren door vragen te stellen en door veel afwisseling te geven aan haar. Ik kon vaststellen dat ze heel geconcentreerd moet kunnen werken als ze hetzelfde moet doen. Ik ontdekte dat ze afwisselt van hand bij het tekenen.
Toen alles geknutseld was, konden we het laten drogen. Op dinsdag was de grote dag aangebroken en alle leerkrachten keken ernaar uit. De rekendag is een speciale dag voor hen, want iedereen knutselt met plezier en zet zich enorm in.

Op dinsdagmorgen hing ik, samen met de drie andere studenten, alle materialen van de kleuters op. Op aanvraag van de juf had ik de avond ervoor ook nog een groot bord gemaakt om hun activiteit te tekenen. Toen ik alles opgehangen had, kon de rekendag eindelijk beginnen!



De opening werd gegeven door het schoolhoofd, twee leerkrachten en de inspectie. Dit gebeurde op het speelerf van de school. Vooral bovenstaande mensen waren aan het woord. Het was opvallend dat de inspectie aanwezig was om alle activiteiten op de voet te volgen. De opening werd afgesloten met het volkslied. Zowel de kleuters als de lagere schoolkinderen zongen uitbundig mee. Ik stond versteld dat de kinderen het volkslied helemaal uit hun hoofd kennen. Ik kan ons volkslied zelfs niet helemaal zingen, terwijl ze het hier in het Nederlands en in het Sranantongo kennen. Nadien gingen alle kinderen naar hun eigen klas en deden ze activiteiten rond meten en geld. De slogan ging als volgt: ‘Meten moet je weten!’.



Groep 1 (kleuters van vier jaar) deden een activiteit buiten, rond het meten van hun lichaam. Het lichaam van de kleuters werd gemeten met een meetlint. Helaas werden er maar twee kleuters gemeten. Er werd wel nadruk gelegd op ‘groter dan’ en ‘kleiner dan’. Ze konden ook hun voeten, handen, armen, ... meten. Het spijtige was dat de kleuters afgeleid werden door de klas naast hen.


















Groep 2 (kleuters van vijf jaar) speelden een spel rond ‘inhoud’. De kleuters werden verdeeld in twee groepen. Ze moesten water in potjes naar de andere kant brengen en in een fles gieten. Je zag dat de kleuters zich enorm amuseerden en er ook iets uit leerden. De actie die eraan gekoppeld was, vond ik zeer positief. Het was fijn om de kinderen geconcentreerd en actief bezig te zien.
























Daarna was het tijd, voor groep 1 en 2, om samen een spel te spelen. De kleuters moesten in een grote kring op het speelerf staan. Er ging een muntstuk rond in de kring en de kleuters zongen ‘Ik heb een centje in mijn hand, die gaat reizen door het land. Is hij hier, is hij daar? Dan zeg je het maar!’. Toen het liedje gedaan was, moest de kleuter met het centje zeggen hoeveel geld hij in zijn handen had. Bijvoorbeeld: 1 SRD, 5 SRD, 10 SRD, … Dit ging een aantal beurten door, zodat alle kinderen de waarde van de muntjes leerden kennen. Het was een moeilijke opdracht voor groep 1 en dit merkte ik ook. Sommige kleuters wisten niet wat van hen verwacht werd en keken gewoon in het rond. De kleuters van groep 1 wisten totaal niet welk centje ze in hun handen hadden. Twee kleuters konden het wel en durfden het luidop zeggen. De activiteit werd eigenlijk niet voorbereid, waardoor de kleuters niet wisten wat ze moesten doen of welke munten er allemaal bestaan.



















Even tijd voor een korte pauze om daarna de materialen uit te stallen voor verkoop. Iedereen mocht knuffels, spelletjes, oorringen, groenten, bami, nasi, potten, potgrond, snoep, … meebrengen om te verkopen. Er werd vooral eten verkocht, zoals pannenkoeken, loempia’s, flan, cake, lolly’s, … Het ingezamelde geld gebruikten de leerlingen voor hun klas. De kinderen van de lagere school deden dit uitstekend. Wij, als studenten, wilden een steentje bijdragen en kochten groenten en fruit. Ik proefde ook enkele gerechten die ze hadden klaargemaakt. Om nog maar eens te bewijzen dat het een belangrijke dag was, kan ik vermelden dat ook de ouders en zelfs de televisie aanwezig waren om alles te filmen.

Ik was enorm verrast van de organisatie en de sfeer tijdens die dag. Het was tot in de puntjes voorbereid, behalve dan de (chaotische) rommelmarkt. Je merkte het leeftijdsverschil tussen de kinderen van de lagere school en de kleuters, want zij speelden meer in de klas dan dat ze aan hun kraampje stonden. De klas zelf stond op zijn kop, want al het materiaal vloog in het rond. Een tip die ik kan geven, is dat de leerkrachten misschien meer kunnen begeleiden en helpen. Ze waren meer bezig met het verkopen van hun eigen spullen en hadden geen zicht meer op de kleuters. Ik vond het een zeer leuke en leerrijke dag! De activiteiten voor de kinderen waren boeiend en uitdagend. 
(ICOM 3.4.: Maatschappelijke betrokkenheid tonen en 4.5.: Openheid)



Hieronder vindt u nog een link: 
https://www.youtube.com/watch?v=TV4zyQWTFI0&feature=youtu.be

donderdag 10 maart 2016

Kaaimannen spotten


Zaterdagavond werden we door Raggie, onze begeleider, uitgenodigd om eens te proeven van een lokaal biertje. Het klein festival, om het nieuwe bier ‘Parbo bier Radler’ voor te stellen, ging door in de Hermentage mall. We konden genieten van het drankje met leuke optredens. Gelukkig kropen we vroeg in bed, want zondag moesten we heel veel lessen voorbereiden.
Op maandag 29 februari 2016 gingen we kaaimannen spotten. Om 17 uur werden we verwacht in Lillydorp om op uitstap te gaan. Dit ging door ’s avonds, omdat de kaaimannen dan pas actief zijn. En effectief hoor, we zagen heel wat kaaimannen. Hiervoor moesten we met een bootje varen en dit was VERSCHRIKKELIJK! Ik moet toegeven dat ik behoorlijk bang was. Toen ik in het bootje stapte, kantelde de boot volledig naar de ene kant. Evenwicht houden was de boodschap! Daarna zat er iets vast in de schroef, waardoor we stilvielen tussen de kaaimannen. Uiteindelijk waren er ook nog eens problemen met de motor, waardoor we niet meer konden varen. Het was een hels avontuur! We konden wel wilde kaaimannen vasthouden in onze handen en dat was eigenlijk de bedoeling van onze uitstap…






“Hoe verloopt een eerste moment op school?” Een vraag die veel gesteld wordt.

De kinderen komen aan op school en wachten op het speelerf tot de deuren van de klas opengaan. Als de deuren opengaan, moeten de kleuters binnengaan in hun eigen klas. Hier spreek ik enkel en alleen over de kleuters. De kinderen van de leerschool (lagere school) moeten wachten tot de bel gaat om in de rij te staan. Daarna gaan zij gezamenlijk de klas binnen. (ICOM 2.5.: Culturele kennis)
De kleuters stoppen hun boekentas in de kast en zitten daarna op hun stoel. Ze spelen dus niet buiten. Ze moeten wachten tot de juf aanwezig is en tot de bel gaat. De bel is hier niet zoals in België. Dit is geen elektronische bel, maar een kind van groep 8 (zesde leerjaar) moet de bel met de hand bedienen.



Het ochtendonthaal bestaat wel in deze school, maar is niet zoals wij gewoon zijn. De juf start meteen met het lied ‘goedemorgen’ en daarna wenst ze de kleuters een goedemorgen. Wat heel kenmerkend is, is dat de kinderen altijd in twee woorden antwoorden. Bijvoorbeeld: “Ja, juf.”, “Nee, juf” ,… Ze moeten bij alles wat ze zeggen ‘juf’ vermelden, anders wordt het antwoord niet geaccepteerd. Na het lied sommen de kleuters de dagen van de week op. De juf zegt: “Vandaag zijn we maandag 29 februari 2016”. Soms zeggen de kleuters dit mee in koor. Daarna zeggen ze de maanden van het jaar op.
Nadien starten ze met een aantal oefenmomenten, zowel voor taal als voor rekenen. De kleuters moeten de kleuren benoemen, moeten tellen tot vijf aan de hand van bollen en eindigen met het opsommen van alle klanken die ze geleerd hebben. Klanken opzeggen gebeurt als volgt: “Dit is de klank ‘m’. ‘m’ komt voor in: maan, mier, muskiet …”.
Ik vind het positief dat de dagen en maanden goed ingeoefend worden. In België gebeurt dit niet in alle scholen met de maanden. Ik stel me wel enkele vragen bij het opsommen van de klanken. Nu was het nog haalbaar, doordat ze maar een vijftal klanken kennen. Mijn vraag is dan wat ze doen als ze twintig klanken geleerd hebben. Hierop kreeg ik snel een antwoord. De juf herhaalt altijd alle woorden. Of het nu vier of twintig woorden zijn, alle woorden moeten geoefend worden. Hoe meer ze oefenen, hoe beter.
Ik dacht eraan om een weeklijn en het weer aan te brengen in klas, maar dit is niet zo’n goed idee. De kinderen zouden elke dag hetzelfde plaatje (prent) moeten gebruiken, want de zon schijnt hier altijd. Misschien kunnen ze wel de seizoenen bespreken, zodat de kinderen weten wanneer het droge regentijd is. (ICOM 4.5.: Openheid)





Er wordt constant frontaal les gegeven en daarmee heb ik het soms moeilijk. Kleuters hebben nood aan beweging en verandering. De onderwijsstijl is hier helemaal anders dan in België. Ze moeten alles nazeggen als de juf hen iets aanleert. Raar hé, praten over aanleren in een kleuterklas. Je kan de kleuterklas soms vergelijken met het eerste leerjaar in België. Het is voor mij moeilijk om harde situaties onder ogen te komen. Ik word geconfronteerd met mijn tederheid en liefdadigheid. Hier geeft de juf meteen reactie als de kinderen iets niet goed doen, zoals ‘Jij bent suf in rekenen!’, ‘Jij bent stout, je doet niet meer mee!’, … Sommige woorden komen hard aan bij een kind en worden ook getoond met een strenge blik of een bepaalde aanraking. (ICOM 4.8.: Emotionele stabiliteit)

Tijdens de speeltijd zingen de kinderen eerst een lied om daarna van start te gaan met de maaltijd die ze meehebben. Ik spreek van een maaltijd, omdat de meeste kinderen bami met kip, nasi, boterhammen, … meehebben. Als hun maaltijd op is, mogen ze nog naar tante Es.

Tante Es is een winkeltje op school, waar ze een aantal gerechten maken. Ze kunnen daar ijsjes, popcorn, gebakken bananen, worstjes, bami of nasi kopen. Alle kinderen hebben geld mee om daarna nog iets te kopen op school. De meeste kinderen nemen een ijsje en een zakje popcorn, dit voor één SRD, dit is 0,18 euro.






Leve de schoolbus!

Op zondag 28 februari 2016 kregen we te horen dat de leerkrachtenbus staakte. We hadden dus geen vervoer naar school. De juf stelde voor om een bus van de staat in de stad te nemen richting Houttuin. We moesten eerst enkele andere bussen nemen om in de stad te komen. We kozen ervoor om een taxi te bellen, maar deze kwam niet opdagen. We moesten twee keer bellen voor hij er was. Hierdoor waren we te laat op school. Gelukkig konden we de juf verwittigen en was het geen probleem. In totaal zijn we 13 à 16 uren onderweg geweest om naar school en terug naar huis te geraken. Stakingen zijn dus nog erger dan bij ons…



Verhuizen!  

Maandag 29 februari 2016 kreeg ik de kans om één activiteit te organiseren op een Belgische manier. Het was fijn om eens mijn manier te tonen. Ik ging van start met een actief tussendoortje om daarna af te sluiten met een rustgevend tussendoortje. Ik bracht de kinderen in de sfeer door een korte introductie met een verhuisdoos. Ik nam allerlei dingen in de klas en stopte dit in mijn verhuisdoos. Ik benoemde alles wat ik nam. Daarna vertelde ik een verhaal aan de hand van zelfgemaakte prenten. De titel van het verhaal was: ‘Verhuizen’. Het was belangrijk om open te staan voor de manier van de juffen. Ik gebruikte een ingeving van hen en gaf een deel van mijn les op hun manier. Ik hield er rekening mee om het doel, de les, de afspraken en het slot op hun manier te doen. Ik was gelukkig toen de juf vermeldde dat die activiteiten vooraf heel tof waren en dat dit wel leuk is om over te nemen. Mijn werkpunt was dat ik nog strenger mag optreden als kinderen niet aandachtig zijn. Ik mag ze uit de groep halen en naast me plaatsen. Daarbij moet ik ook vermelden dat het kind stout was en dit vind ik natuurlijk moeilijk. Het kind naast me plaatsen kan ik wel, maar aan het kind zeggen dat hij/zij stout is en er blijven op doordrammen is lastig. (ICOM 2.5.: Culturele kennis en 4.5.: Openheid)

























































Knutselen met zand

Vandaag kregen de kleuters een huis dat hetzelfde was als vorige week. Deze keer moesten ze het huis bestempelen met zand. Eigenlijk was dit dezelfde opdracht als vorige week, maar toen was het materiaal papier. Het was moeilijk om dezelfde activiteit te begeleiden, omdat er meerdere mogelijkheden bestaan om een huis te maken. Ik deelde mijn ideetjes met de juf. Ze kon mijn inbreng appreciëren en zou er rekening mee houden in andere thema’s. (ICOM 4.6.: Creativiteit)




Staking

We hadden, totaal onverwacht, een vrije dag! De staatsbussen, leerkrachtenbussen en boten staakten in het hele land. Het was onmogelijk om vandaag naar school te gaan. Het was heel moeilijk om vervoer te vinden in het land, want iedereen deed beroep op de taxi’s. De reden van de staking was dat ze hun lonen niet gekregen hadden. Ze kunnen gemakkelijk drie à vier dagen na elkaar staken. Hopelijk kunnen we morgen wel terug naar onze kleuters. (ICOM 4.4.: Flexibiliteit)



Inventaris? Wat? Hoe?

De hoofdkleuterleidster moest de inventaris maken van de verschillende materialen die in een klas aanwezig zijn. Ik kreeg meteen allerlei zaken in mijn handen en ik mocht aan de slag gaan. Hoe moest ik hieraan beginnen? Gelukkig zag ze aan mijn mimiek dat ik dat nog nooit gedaan had en gaf ze een grondige uitleg. Eigenlijk was het vrij simpel: alle materialen tellen en noteren in het inventarisschriftje. De materialen in de kasten moest ik tellen en sorteren per soort. Het kwam neer op het schoonmaken van alle kasten, wat voor mij geen probleem was. Ik was nog in de klas aanwezig en had een zicht op de lessen die gegeven werden.
De dag erna mocht ik dit uitvoeren in de andere klas. Na twee dagen materialen tellen, was ik blij om de volgende dag eens kennis te maken met de andere klas. Het eerste uur zag ik de manier van les geven van de andere juf. Al snel merkte ik een verschil op tussen de twee klassen. Toen de hoofdkleuterleidster binnenkwam, wist ik meteen dat ze mijn hulp nodig had. Jammer genoeg niet in de klas zelf.
Ik kreeg de opdracht om een inventaris te maken van alle spullen die ze gekregen had van het ministerie van onderwijs. Ze gaf me opnieuw een schrift en toonde de materialen. Ik moest in dit lokaal mijn schoenen uitdoen, want op het tapijt mocht ik niet wandelen met schoenen. Ik veronderstelde dat ik bij deze grote opdracht de hulp zou krijgen van de hoofdkleuterleidster. Al snel besefte ik dat ik de taak helemaal alleen moest doen. Ik was enorm flexibel en pakte de taak aan, zonder erbij stil te staan. De hoofdkleuterleidster was dus de hele dag aan het ‘appen’ (= sms’en) terwijl ik alle materialen aan het tellen en noteren was. (ICOM 4.1.: Zelfstandigheid en 4.4.: Flexibiliteit)
De opdracht was correct volbracht en werd goedgekeurd door de hoofdkleuterleidster.
FOTO VAN ALLE MATERIALEN IN DE KAST?




Eerste ochtendonthaal, onverwacht.

Op maandag 29 februari 2016 keek de juf me aan bij het binnenkomen en zei: “Waar wacht je op?” Ik keek de juf verbaasd aan. Wat werd er hier van mij verwacht? De juf vertelde me dat ik het ochtendonthaal mocht overnemen, zodat zij nog enkele voorbereidingen voor straks kon doen. Het was helemaal onverwacht en ik was hier niet op voorbereid. Ik had het ochtendonthaal wel al enkele keren gehoord en gezien, maar ik kende nog niet alles. De kinderen zaten vol enthousiasme te wachten op het lied, terwijl ik eigenlijk nog aan het panikeren was in mijn hoofd. Helaas kende ik het lied nog niet en de juf had hier begrip voor. Ze begon de eerste strofe te zingen en al snel namen de kinderen het over. Daarna kon ik verder gaan met het ochtendonthaal.
Tijdens het tellen had ik me even vergist. Ik dacht dat de kinderen eerst het getal moesten zeggen en daarna het aantal bollen moesten vernoemen. Toen ze zeiden 2 - 1, 2 ballen, dacht ik dat de kinderen gemist waren en liet ik ze opnieuw tellen. Na een tweede keer merkte ik dat ze ook moesten tellen en niet zomaar mochten zeggen 2 ballen. Het ochtendonthaal werd me in de schoot geworpen, maar ik heb het toch wel goed gedaan. (ICOM 4.4.: Flexibiliteit)


Een kroon en een huisje uit karton

Op vrijdag 26 februari 2016 vroeg de juf om haar te helpen en natuurlijk deed ik dit met heel veel plezier! Er was een kleuter jarig en ze had nog geen kroon gemaakt. Ik kreeg enkele materialen om de kroon te maken. Dit was niet het materiaal dat ik gewoon ben in België. Ik moest hier een kroon maken met weinig materiaal. Gelukkig gebruikte ik mijn creativiteit en maakte ik een heel mooie kroon. Ik hield rekening met het kind en vroeg wat ze graag zag en wat ik op haar kroon mocht zetten. De juf vond dit zeer positief, want ik betrok het kind bij de kroon. Normaalgezien maakt de juf gewoon wat ze wil en houdt ze geen rekening met hen.
Aan het eind van de dag vroeg de juf mijn hulp voor het thema ‘verhuizen’. Voor een activiteit op maandag moest ze nog een aantal dingen doen. Hun thema voor drie weken lang is: ‘huizen’. Voor haar activiteit op maandag 29 februari 2016 had ze een huis nodig. Ze wist niet hoe ze dit moest aanpakken en wilde een beroep doen op mijn creativiteit. Ik had enkel karton, plakband en een schaar. Nee, de juf had zelfs geen eigen kleurpotloden! Het huis was zeer eenvoudig, maar het resultaat mocht er zijn. Tijdens het maken van het huis uit karton was de juf zeer aandachtig. (ICOM 3.4.: Maatschappelijke betrokkenheid tonen)




Knutseltijd

De kleuters krijgen een voorgetekende vorm van een huis. Ze moesten stroken knippen en op de lijnen plakken. Daarna konden ze hun tekening laten drogen om nadien in te kleuren. Sommige kleuters hadden moeite bij het knippen en plakken. Het was niet eenvoudig om de stroken op de lijnen te kleven. Ik wilde de kleuters helpen, maar werd op mijn vingers getikt door de juf. Indien ik het kind zou helpen, zouden haar observatiegegevens niet kloppen. Ik mocht enkel kijken en rondwandelen. Gelukkig kon ik de opdracht wel eens voortonen op mijn blaadje.
Sommige kleuters kwamen in tijdsnood. De activiteit duurde maar een tiental minuten. De kleuters die niet klaar waren, moesten stoppen en doorwerken tijdens de speeltijd. (ICOM 4.6.: Creativiteit)



Voorbereidingen maken


Ik ben gewend om mijn voorbereidingen op tijd te maken. Meestal zijn ze al klaar en toon ik ze vooraf aan de juf. Hier in mijn schooltje leven ze van dag tot dag en wordt alles bekeken op het moment zelf. Voor mijn lessen heb ik graag vooraf feedback, zodat ik bepaalde zaken nog kan aanpassen. Op het moment zelf feedback krijgen, is voor mij wat stresserend. Gelukkig mocht ik mijn eerste les aan de hoofdkleuterleidster voorstellen. De lessen die ik maandag 29 februari, dinsdag 1 en woensdag 2 maart zal geven, zijn nog een raadsel. Deze keer zal ik het moment zelf moeten afwachten om feedback te krijgen. Pas daarna kan ik aanpassingen doen. Deze keer moet ik heel zelfstandig omgaan met hun manier van lesgeven en moet ik de lesvoorbereidingen en lesfaseringen maken op hun manier. Een lesfasering is een lesvoorbereiding met inleiding, midden en slot. Een lesvoorbereiding is een agenda. Daarin staan ontwikkelingsdomeinen, leerplandoelen,evaluatie, feedback ... (ICOM 4.1.: Zelfstandigheid) 

zaterdag 27 februari 2016

Het echte werk in Suriname


Op zaterdag 20 februari 2016 zijn we dolfijnen gaan spotten. Klokslag 12 uur stonden we klaar om op uitstap te gaan met de boot. We zagen heel wat dolfijnen en belandden op een bewoond eiland. Het was een eiland midden in de zee, waarop enkele hele kleine huisjes stonden. Dit was even schrikken, want er woonden ook mensen. Op het eerste zicht leek het verschrikkelijk voor hen, maar we zagen dat de mensen zich heel goed amuseerden. Ze hebben een vissersboot en voorzien in hun eigen eten door te vissen. Ik was er wel even niet goed van.



We konden even afkoelen in het water om daarna terug te reizen met de boot naar Nieuw Amsterdam. Kleine dolfijnen maakten de tocht extra plezierig door kunstjes te maken voor onze boot. Toen we in Nieuw Amsterdam aankwamen, mochten we een uurtje wandelen. Daarna keerden we terug naar ons appartement.




Tijdens deze uitstap ontdekten we de mooie natuur en een aantal dieren van Suriname. Hierbij stonden we ook stil bij de mentaliteit van de mensen. Hier is alles heel rustig en hebben we veel tijd. Ons haasten is hier niet van toepassing.

Gelukkig waren mijn batterijen weer opgeladen om aan het echte werk te beginnen.
Ik gaf mijn eerste lesje in de kleuterklas op maandag 22 februari 2016. Het is misschien wat raar om te spreken van een les bij kleuters, maar hier in Suriname is dat normaal. Een lesje kun je hier eigenlijk vergelijken met een les in het lager onderwijs. De kleuters moeten op hun stoel blijven zitten, terwijl de juf, staand of zittend, les geeft vooraan. De activiteiten die de juf op maandag geeft, zijn: leergesprek, versje, muzische vorming, werken, kleutergym, arbeid naar keuze en vertellen. Tijdens alle activiteiten moeten de kinderen blijven zitten. Hoe ze zitten, hangt af van de les. Soms draaien ze hun stoel naar het bord of naar de juf, soms zitten ze in een kring, …





‘Kleutergymen’ is een uitzondering, want dit gebeurt meestal buiten. Vandaag regende het de volledige dag, waardoor het kleutergymen niet doorging. In België hebben wij een turnzaal waar onze turnlessen doorgaan. In mijn schooltje bezitten ze geen turnzaal en worden deze lessen buiten gegeven. Er is geen alternatief bij slecht weer.




Mijn eerste les was een leergesprek, waarin ik geconfronteerd werd met de gesproken taal. In Suriname spreken ze Sranantongo. Ze zeggen wel dat de mensen in Suriname Nederlands spreken, maar sommige woorden zijn helemaal anders of hebben een andere betekenis dan bij ons. Bijvoorbeeld tijdens de les sprak ik van ‘een prent’, terwijl het hier ‘een plaatje’ moet worden. Toen ik het woord ‘prent’ zei, keken de kinderen me met grote ogen aan. Gelukkig wist de juf me te vertellen dat ik het woordje ‘plaat’ moest gebruiken, want van het woord ‘prent’ hadden ze nog nooit gehoord. Hier werd ik geconfronteerd om de juiste taal te hanteren. Toen ik vragen stelde, wat de bedoeling was van deze les, was het niet eenvoudig om de kinderen allemaal te begrijpen. Sommige kinderen praten stil of in een andere taal, namelijk het Hindoesstaans of het Sranantongo. Ik kon wel een paar woorden begrijpen, maar toch was het moeilijk en zeker als de kleuters heel snel en stil praten.

Enkele woorden in het Sranantongo: 

  • fa? (informeel) fa wakka? (formeel): hoe gaat het? 
  •  a’e go , –, mi de , , , (lett.: ik ben er)     - het gaat goed
  •                      –, ala dya , , (lett.: alles is hier)      - het gaat goed
  • hoe heet u/je?, –, fa yu nen de?
  • ik heet…, – , mi na…
  • de groeten doen, –, bar odi, tak odi
  • geef me een knuffel, – gi’m wan brasa
  • goedemorgen, –, gu morgu goedenavond, –, gu neti
  • tot ziens, –, mo syi (lett.: ik , , zie je)
  • ik ga weg, –, mo gwe



Het lesgeven is anders dan in België, want er is een andere opbouw. Tijdens de les moet je vooraf vermelden welk lesdoel je hebt. Ik moest bijvoorbeeld tijdens mijn les zeggen: “Jongens en meisjes, vandaag zullen we een gezellige babbel slaan over het huis.”. Daarna moeten de kleuters, per tafel, hun stoel draaien naar het bord. Dan kunnen we van start gaan en dit doen we met duidelijke afspraken. Ik maakte met de kleuters dezelfde afspraken zoals die van de juf. 
Dit waren de afspraken:
  • Je luistert als ik iets vertel.
  • Je stopt je vinger in de lucht als je iets wil vertellen.
  • Je krijgt enkel ‘een beurt’ als je goed meewerkt in de les.
Wat bedoel ik nu met ‘een beurt’? Dit is een bepaalde kans dat de kleuter krijgt om te tonen dat hij/zij iets alleen kan doen zonder de hulp van de juf. De kleuters streven natuurlijk ook naar een beurt, om na te gaan of ze een beloning krijgen.


Daarna kon ik beginnen met mijn sfeerschepping. In Suriname is dit enkel eens bewegen met het materiaal dat past binnen die les. Ik toonde niet alleen het voorwerp, maar ik probeerde een bepaalde insteek te doen in mijn les. Ik verkleedde me als schilder, nam een verfborstel en een verfpot en ik begon de muren te schilderen. Terwijl ik dit deed, maakte ik bepaalde opmerkingen zoals: ‘ik zie heel graag rood’. Daarna verfde ik de ene muur in het rood en de andere muur in het oranje. Toen ik een tijdje aan het schilderen was, keek ik naar het resultaat en zei ik dat mijn kamer nu heel mooi geschilderd was. Vervolgens ging ik over naar de praatplaat.




Tijdens mijn inleiding hield de juf me in het oog. Ze ging niet akkoord met mijn inleiding en dit vermeldde ze ook nadien. Het was de bedoeling dat de kleuters in de inleiding kennis maakten met de woorden die aan bod moesten komen in die les. Op dat moment ervaarde ik een conflict. Ik denk persoonlijk dat je meer kan bereiken door creatief te werken. Toen de juf me zei dat ik het strak moest houden tijdens de inleiding, ging ik niet in discussie met haar. Ik probeerde begrip te tonen voor haar mening en zag dit als een leerkans. In België zou ik dit niet kunnen gebruiken, want onze kleuters verschillen te sterk met de kleuters in Suriname. Ik vermijd meestal conflicten met anderen en ik zal mijn eigen mening niet uiten. Misschien moet ik daarvoor de juf iets beter kennen…

Uiteindelijk kwam ik tot de kern van mijn lesje. Tijdens deze activiteit moest ik me aan drie vragen houden. Deze vragen moesten in volgorde gesteld worden. Hieronder kan je een voorbeeld lezen van de kern van mijn les.

1)      Waarnemingsvragen
o   ‘Wat zie je op de plaat?’
o   ‘Welke vorm heeft een muur?’
o   ‘Welke kleur heeft de kamermuur?’
o   ‘Is de muur hoog of laag?’
·         Trap 1: Benoeming: “Dit is de muur.”
o   ‘Welke vorm heeft een matras?’
o   ‘Welke kleur heeft het bed?’
o   ‘Hoeveel poten heeft een bed?’
o   ‘Is het bed hoog of laag?’
·         Trap 1: Benoeming: “Dit is de muur.”
2)      Denkvragen
o   ‘Waarmee wordt de muur gemaakt?’
o   ‘Waarom gaat de muur niet snel stuk?’
o   ‘Hoe is een muur gemaakt?’
o   ‘Waarom moeten we de muur een kleurtje geven?’
·         Trap 2: Herkenning: ‘Wijs me de muur aan.’
o   ‘Waarvan wordt het bed gemaakt?’
o   ‘Waarom gaat het bed niet snel stuk?’
o   ‘Hoe is een bed gemaakt?’
o   ‘Waarom ligt er een deken en kussen in het bed?’
·         Trap 2: Herkenning: ‘Wijs me het bed aan.’
3)      Algemene vragen
o   ‘Waarom hebben niet alleen de slaapkamers een muur?’
o   ‘Welke ruimtes hebben ook een muur?’
o   ‘Welke ruimtes hebben ook een bed?’
o   ‘Waarom zijn de ruimtes ingedeeld?’
·         Trap 3: Herinnering: ‘Wat is dit?’

Natuurlijk is dit een kleine schets van hoe ze hier hun voorbereiding maken. Ze noemen dit hier de lesfasering. Tijdens deze lesfasering zie je de drie trappen van Montessori, die in deze volgorde opgevraagd worden aan de kinderen. Bij deze drie trappen krijgen de leerlingen ‘een beurt’. Op het einde vertelde de juf dat ik me goed voorbereid had, maar dat ik alles gesplitst moest houden. Ze bedoelde dat ik moest werken zoals hierboven. Ik mag niet eerst de drie soorten vragen per woord doorlopen, maar ik moet dit met twee woorden per vraag doen. Ik moet starten bij de waarnemingsvragen van het bed en de muur om nadien de rest van de vragen te behandelen. Dit zorgde even voor verwarring bij mij, maar ik begreep het standpunt van de juf. Het is natuurlijk niet eenvoudig voor de kleuters om met een nieuwe opbouw kennis te maken in hun activiteiten.

Ik moest de activiteit afsluiten door ‘beurten’ te geven aan de kinderen, wat voor mij een bizar einde was. Het leek alsof ik van de hak op de tak moest afsluiten, zonder meer. Daarna begon de juf met de les. Ik kreeg van beide juffen feedback, terwijl de kleuters moesten wachten. Beide juffen hadden een verschillende feedback voor mij. De ene juf vond het leuk om kennis te maken met een introductie zoals in België. De andere juf vond deze inleiding overbodig. Het was moeilijk om op deze feedback te reageren, want ik aanvaard alle feedback en zie het als een leermoment. Tijdens de feedback heb ik enkel maar geknikt en niet echt mijn mening gegeven. De culturele communicatieve competentie kende ik wel, maar ik kon het niet echt toepassen in deze les. Eigenlijk moest ik aan de juffen zeggen dat we het in België op die manier moeten doen. Ik moest hen vertellen hoe het in elkaar zat en hoe ik me erbij voelde. Ik mocht het niet opkroppen tot de dag afgelopen was. Het is belangrijk om in conflict te treden. Ik denk dat het eerder de bedoeling is om een tussenweg te vinden, want ik merk dat de juffen hun eigen manier ook de beste manier vinden. Ze vinden dat wij daar zijn om van hen te leren en niet omgekeerd. Je kan dus merken dat het niet simpel is om een gesprek te voeren of mijn mening te uiten.


Zo, dit was mijn eerste les en het verliep eigenlijk van een leien dakje. Nu moet ik enkel nog wat meer durven bespreken zodat ik eens mijn manier kan tonen. Misschien kan ik met de juffen een tussenweg vinden. Op die manier kan het zowel voor mij als voor de juffen aangenaam worden.



Een beetje geschiedenis



Op donderdag 25 februari 2016 hadden we geen school. Het was ‘dag van de revolutie’ en iedereen was thuis. De juffen hadden dit de vorige dag kort uitgelegd aan de kinderen. Op 25 februari 1980 was er een staatsgreep in Suriname onder leiding van Desi Bouterse. Ze waren niet tevreden over de manier van werken van de regering. Er zou geen goede omgang geweest zijn in de geldzaken. De staatsgreep werd op deze donderdag herdacht. Op die dag konden we terecht op het Revolutieplein voor meer uitleg over deze gebeurtenis. (ICOM 3.1.: Internationaal oriënteren) 



dinsdag 23 februari 2016

Perfectionistisch? Nee, niet in Suriname.




Mijn eerste twee weken zijn voorbij gevlogen! In dit blogbericht zal je lezen waarom ik enorm moest wennen tijdens deze weken. De lesvoorbereidingen gebeuren hier dag per dag. Wanneer de school eindigt, beginnen de leerkrachten te werken aan hun lesvoorbereidingen voor de volgende dag. Sommige leerkrachten beginnen zelfs al tijdens bepaalde activiteiten. Dit is in België absoluut niet van toepassing. De meeste kleuterjuffen hebben al hun thema afgewerkt voor ze ermee beginnen.


Ik ben zelf heel perfectionistisch en ik wil altijd alles op voorhand afgewerkt hebben. Normaal gezien zou ik mijn lesvoorbereidingen voor een volledige week maken. Hier is dit niet het geval… Op vrijdag kreeg ik, tijdens het klasgebeuren, tijd om mijn les te maken die ik op maandag zou geven. Het was niet eenvoudig om een les voor te bereiden in één dag. Ik had het gevoel dat ik meer tijd nodig had om na te denken en om mijn creativiteit zijn gang te laten gaan. Toen ik aan het nadenken was, gaf de juf mij een boek. Daarin moest ik een leergesprek zoeken die ik maandag zou gebruiken. Ze gaf me de pagina en vermeldde dat ik die les moest geven. Ik vroeg aan haar of ik mijn eigen werkwijze mocht integreren. Jammer genoeg mocht dit niet. Ik moest me aan het themaboek houden en werd verplicht om dit boek te volgen. Dit was voor mij een complete aanpassing. Ik ben het gewoon om alles creatief aan te pakken, zodat ik de kinderen meer kan betrekken bij de activiteit. Ik wilde de activiteiten speels aanpakken en een eigen inbreng doen in het thema.


Als ik zo laat moet beginnen aan een lesvoorbereiding, voel ik me totaal niet goed voorbereid. Er ontstaat een enorme stress bij mij. Het was niet eenvoudig om de structuur, die ik gewend ben in België, los te laten.


Deze situatie kan ik koppelen aan culturele zelfkennis. Ik weet van mezelf dat ik heel veel nood heb aan structuur, planning, orde en netheid. Ik had het al verteld dat ik perfectionistisch ben, hé! Tijdens mijn opleidingsjaren heb ik een eigen wereldbeeld en referentiekader ontwikkeld. Het is dus moeilijk om de structuur, de planning, de orde, de creativiteit en de netheid los te laten.



Tijdens het hoekenwerk, zoals we het in België noemen, moeten de kinderen na het spelen ook alles opruimen. Als de kinderen opgeruimd hebben, gaan wij altijd na of de hoeken wel in orde zijn. Hier, in Suriname, vertrouwen ze de kinderen en gaan ze niet meer kijken in de hoeken, terwijl dit eigenlijk wel nodig is. Bepaalde hoeken waren niet goed opgeruimd. Ik had de neiging om de kasten en de hoeken allemaal netjes op te ruimen tijdens mijn stage. Ik wilde de kinderen stimuleren om mooi op te ruimen, maar dit mocht niet van de juf. Hier is geen controle nodig, want het is hun probleem als ze niet mooi opruimen. Dit was even schrikken, maar na een goed gesprek met de juf begreep ik het beter. In Suriname zijn ze meer gesteld op de zelfstandigheid van de kinderen. Ze moeten alles alleen uitvoeren en moeten zoveel mogelijk individueel leren. Als wij ze sturen en zeggen wat van hen verwacht wordt, zullen ze de andere dagen wachten tot we ze opnieuw sturen.













Ik kan hier wel zeggen dat mijn eigen conflicthantering wat aan de zwakke kant is. Ik durf niet meteen een conflict te voeren en wacht liever af. Ik durf wel vragen stellen en ik heb een eigen mening, maar ik zal mijn standpunt niet doordrijven. Dit conflict zag ik eerder als een leerkans. Ik wilde aan de hand van vragen meer te weten komen. Ik wilde weten waarom de juf zo dacht.


Tijdens de stages in België ben ik een persoon die alles noteert. Nadien schrijf ik alles nog eens over zodat het overzichtelijk en duidelijk is. De eerste week deed ik dit hier ook, met het gevolg dat ik elke avond tot laat bezig was om alles over te schrijven. Ik had heel wat stress, omdat ik mezelf extra werk gaf. Tijdens de les gaf de juf mij een aantal dingen in handen, waardoor ik niet meer overzichtelijk kon schrijven. Na de lessen had ik de neiging om alles opnieuw over te schrijven. Helaas kon ik dit niet blijven volhouden. Ik moest op zoek gaan naar een nieuwe manier van werken, zodat het voor mij allemaal haalbaar bleef. Ik deed mijn mooi schrift mee naar de les om alles meteen te noteren. Vooraf had ik wel goed nagedacht over de structuur en de opbouw in het schrift. Axelle en ik hadden enkele afspraken gemaakt, zodat ik de activiteiten vlot kon invullen. Op die manier kreeg ik een goed beeld van de les. Mijn medestudenten maakten ook de opmerking dat ik er te veel tijd instak. Gelukkig zijn zij er om mij af en toe eens met mijn voeten op de grond te houden.


Maandag geef ik mijn eerste activiteit in de klas. Ik wilde heel veel knutselen, zoals ik voor mijn stages in België deed. Hier is dit niet mogelijk, omdat ik het materiaal niet bezit en omdat de school dit ook niet wenst. De juffen willen vooral dat we hun idee overnemen en dat we van hen leren. Het is heel belangrijk dat we deze regels respecteren en er rekening mee houden. Ik moet me soms de volgende vragen stellen: “Kunnen de juffen dit ook realiseren, als ik weg ben?”, “Hebben ze het nodige materiaal om zoiets te doen?”, …


Ik moet hun manier van werken respecteren. Natuurlijk kan ik enkele ideetjes geven, maar ik denk dat dit gemakkelijker zal gaan als we elkaar beter kennen.

Wordt vervolgd…


zaterdag 13 februari 2016

Eerste schooldag in Suriname.

Op woensdag 10 februari 2016 was onze eerste schooldag. Op die dag maakten we vooral kennis met de directeur. Wij zijn de eerste stagiairs in de school, dus het was eventjes wennen, zowel voor ons als voor hen. We werden met open armen ontvangen door de directeur, de leerkrachten en zelfs door de tuinman. Ook de kinderen waren zeer enthousiast. Sommige kinderen waren wat verlegen en keken ons met open ogen aan. Andere kinderen begonnen meteen te fluisteren tegen hun vriendjes. We vernamen hoe de school in elkaar zat. We kwamen te weten dat de school bestaat uit twee kleuterklassen en zes leerjaren. Eigenlijk spreken ze hier niet van leerjaren, maar van groepen. Je hebt de eerste groep, tweede groep … Ze tellen daar gewoon verder na het kleuter en ze stoppen niet zoals bij ons. De school start elke ochtend om 8 uur en stopt om 12 uur, waarbij er een pauze voorzien is voor de kleuters van 9u30 tot 10u.

Op donderdag moesten we om 7 uur in het centrum staan. Daar wachtte de juf ons op. We gingen samen om onze buskaart. Wanneer we klaar waren, gingen we een andere bus nemen. Helaas was die bus van de leerkrachten al vertrokken. Dit was héél lang rijden… Toen we aankwamen, was de directeur niet aanwezig. Gelukkig werden we begeleid door een kleuterjuf. We startten in de kleuterklas met vijfjarigen en daarna maakten we kennis met de vierjarigen.


We merkten meteen een groot verschil. Tijdens de pauze bleven de kinderen in de klas en zaten ze aan de tafels. Ze gingen niet buiten spelen. Tijdens de les zelf zitten de kleuters ook aan de tafels en gebeurt er niets op een speelse manier. In de klas zijn er drie tafels waarrond de kinderen werken. Boven elke tafel hangt een symbool en op die manier kennen de kleuters hun eigen symbool.

Opeens begon de juf te zingen en maakte een eigen kring in haar klas. Alle kleuters moesten hun stoel meenemen en een kring vormen. De kleuters mochten zelf kiezen welk liedje ze wilden zingen. Om beurt begonnen ze een liedje te zingen en daarna gingen ze over naar het themalied. De kleuters zongen een uur aan een stuk. Opvallend was dat het lied bestond uit twee delen, namelijk het eerste deel in het Nederlands en het tweede deel in het Hindoestaans. Eerst zong de juf het liedje, waarschijnlijk wel 10 keer na elkaar, samen met de kleuters. Nadien schakelde ze over naar de bewegingen. De bewegingen kon je vergelijken met bodysounds, maar dan enkel klappen in de handen. Daarna selecteerde de juf drie kleuters om een muziekinstrument te halen. De kleuters stonden naast de juf en speelden op hun muziekinstrument. Dit moest wel op het juiste ritme gebeuren. Nadien zongen de kleuters in twee groepen. De ene helft in het Nederlands en de andere helft in het Hindoestaans. Uiteindelijk mochten twee kleuters het lied nog eens vooraan zingen. Na het zangmoment, gingen de kleuters terug op hun plaats zitten. Dit gebeurde niet allemaal samen en de juf gebruikte de symbolen die boven de tafels hingen. Ik vond het leuk dat ze twee talen door elkaar gebruiken. Zo leren de kinderen ook verschillende talen in de klas. Het was wel wat langdradig en de kinderen mochten minder zelf doen. Het bespelen met de instrumenten was ook tekort. Er kregen maar drie kinderen een muziekinstrument en daar stopte het bij. Het was zielig dat niet alle kleuters een instrument konden bespelen. 



Na het zingen, begon er een soort vrij kleuterinitiatief (VKI). De juf had een opdracht per tafel. De ene tafel moest werken aan het boek: ‘Spelen zonder klanken’. De andere tafel deed een soort VKI. Daarbij koos de juf de plaats waar de kleuters mochten spelen. Ze duidde de kleuters aan, bijvoorbeeld: ‘Jij speelt in de bouwhoek, …’ Op de derde tafel mochten de kleuters schrijven. Elke kleuter heeft zijn eigen boekje en mocht een schrijfpatroon maken. De juf toonde het voor aan het bord en de kleuters werkten rustig. De kleuters moesten in drie groepen werken, omdat de juf dan de kleuters die schreven beter kon begeleiden.

Tijdens het laatste uur mochten we naar de andere klas, de klas van de vierjarigen. Toen ik daar binnenkwam, merkte ik het verschil. Deze klas was veel rustiger en stiller. Ze speelden aan de tafels die gevuld waren met blokken (bouwhoek), insteekparels, puzzels, boeken (leeshoek), knuffels (poppenhoek), knutselgerei, dominoblokken … De kleuters hebben eigenlijk wel hoeken, maar die mag je zeker niet vergelijken met onze hoeken. In hun hoeken ligt heel wat minder materiaal. Bijvoorbeeld in de poppenhoek liggen enkel knuffels, schopjes en handtassen. Opmerkelijk is dat de kleuters op stoelen zitten om te spelen. Enkel in de bouwhoek zitten de kleuters op de grond.





De klok gaf zeer snel aan dat het 12 uur was en dat onze voormiddag erop zat. Onze eerste indruk van de school was vooral positief. Ik was aangenaam verrast over het materiaal die ze bezitten. Er is wel een groot verschil in de manier van werken. Ik hoop en denk dat er een goede samenwerking zal zijn. Wij kunnen heel wat bijleren van de juf en omgekeerd. De juffen zagen het zeker zitten en stelden al veel vragen over onze manier van werken.

Op deze manier heb ik vooral aandacht gericht bij de internationale competenties. Vooral De competentie: 'Culturele flexibiliteit' kwam van toepassing. Ik moest me zeker aanpassen aan de communicatiestijl, de organisatie, de soorten lessen ... De leerkrachten willen vooral dat we aandacht vestigen aan hun Nederlands en voldoende articuleren. Ook is het van belang om rekening te houden met hun Sranantongo. Sommige woorden zijn anders verwoordt, maar betekenen hetzelfde. De culturele veerkracht was ook van belang in de eerste week. Het is van groot belang om een goede communicatie te hebben met alle leerkrachten en het schoolhoofd. Ik probeer ook om op een constructieve wijze om te gaan met de leerkrachten. Ik probeer rekening te houden met hun standpunt om zo de situatie te relativeren.

Dit waren mijn eerste twee dagen in de kleuterklas in Suriname. Op naar de volgende …