Onverwacht een les geven…
Op donderdag 10 maart 2016 hadden de kinderen maar les tot
10 uur, omdat er een vergadering was met de inspectie. Mijn juf en
hoofdkleuterleidster waren niet aanwezig op school, wat enorm vervelend was.
Gelukkig waren er hospitanten. Zij zouden de lessen overnemen en ik moest dus
geen les geven. Hospitanten zijn stagiairs die de opleiding onderwijs volgen.
Hier moeten ze nog niet kiezen tussen kleuter of lager. Ze moeten vier jaar
studeren en pas in hun derde jaar moeten ze die keuze maken.
Ik ging ervan uit dat de stagiairs de lessen zouden
overnemen. Ik wachtte even toen de bel ging, maar na een aantal minuten
gebeurde er niets. Ik stapte naar de stagiairs toe en vroeg welke les ze
moesten geven. Een hospitante vertelde me dat ze geen les konden geven, omdat
hun begeleider er nog niet was. Ik besloot om zelf te starten met het
ochtendonthaal, zodat de stagiairs erna aan de slag konden. Gelukkig kenden de
kindjes alle liedjes heel goed, want ik ken ze nog niet allemaal uit het hoofd.
De andere dingen van het ochtendonthaal lukten heel goed. Ik had even het
gevoel dat ik één klank te veel had gelezen met de kinderen. Sommige kleuters
kenden de woorden al en andere kleuters nog niet, waardoor er even verwarring
was.
Toen ik klaar was, vertelde ik dat de hospitanten eraan
konden beginnen. Ze keken me aan en vertelden: “Nee, juf. Dit kunnen we niet.
We moeten wachten tot onze begeleider hier is.” Ik wist eerst even niet wat ik
moest doen. Ik nam de touwtjes in handen en ging opnieuw aan het werk. Ik
probeerde de materialen te zoeken, maar alles in de klas zat achter slot en
grendel. Ik moest de andere juf even storen om de sleutels van de kast te
vragen. Er lagen enkele lesvoorbereidingen in. Ik nam ze snel door en begon met
een geplande taalactiviteit. De bedoeling van deze activiteit was dat de
kleuters enkele aanschouwelijke materialen, die ik aantoonde, benoemden. Daarna
moesten ze ook klappen in lettergrepen.
Ik was niet voorbereid en toch probeerde ik les te geven met
de kleine, geschreven lesvoorbereiding. De hospitanten konden jammer genoeg nog
altijd geen lessen overnemen, omdat hun begeleider nog niet was aangekomen. Ik stond
er dus nog alleen voor. Eigenlijk was ik op dat moment enorm gefrustreerd. De
hospitanten zijn elke week aanwezig in de klas en konden in deze situatie niet
helpen met de kinderen. Ze zaten allemaal op een stoel en keken me recht aan.
Ik voelde hun ogen constant branden op mij. Als ik bezig was met een kleuter en
er gebeurde iets aan de andere kant, kwamen ze naar me toe om te vragen of ik
het gezien had. Ik moet toegeven dat ik eigenlijk gestrest was. Hoewel de
kinderen extra wild stonden, is de dag heel vlot verlopen. Ik kreeg goede
feedback van de andere juf.
Het was tijd voor de vergadering. Er was een meneer van de
inspectie aanwezig. Hij gaf extra ondersteuning bij het maken van
lesvoorbereidingen. Tijdens de pauze sprak hij ons toe. Ik vond het dan ook een
ideaal moment om vragen te stellen rond zorg op scholen. Ik wilde graag weten
of er scholen zijn die een zorgplan en zorgjuf hebben. Hij gaf me heel wat
uitleg. Er zijn enkele scholen met een zorgplan en –juf. Er worden zelfs
opleidingen gegeven aan zorgjuffen. Nu zijn deze opleidingen wel stopgezet door
het ministerie. Hij vermeldde dat deze school eigenlijk ‘zorg’ nodig heeft,
maar dat dit onmogelijk is. Toen we ons project voorstelden, was hij
enthousiast en keek hij er enorm naar uit. Het zou een heel grote hulp zijn om
dit toe te passen op deze school.
(ICOM: 4.1.: Zelfstandigheid, 4.4.: Flexibiliteit en 4.8.: Emotionele stabiliteit)
Naar de dierentuin!
Voor de uitstap naar de dierentuin maakte ik deze week kaartjes
voor beide klassen. De ene groep waren de kaaimannen en de andere groep waren
de apen. Dit moest aan de naamkaartjes, met de naam van de school en
telefoonnummer, bevestigd worden. Indien er een kleuter verloren zou lopen of
er iets zou gebeuren, dan kunnen ze de school meteen verwittigen. Tijdens een
lesje ‘werken’, mochten ze hun dier inkleuren.
Iedereen stond, om acht uur stipt, klaar op vrijdag 12 maart
2016. We vertrokken vroeg naar de dierentuin, zodat we om negen uur zouden
aankomen. Iedereen had een tas bij zich met een drankje en een koek. Sommige
kleuters hadden ook nog geld om daar iets te kopen. Koek? Tja, hier noemen ze
frieten, bami, chips, … een koek. Sommige kleuters kochten na hun ‘koek’ zelfs
nog een ijsje.
Bij de aankomst, gingen de kleuters naar de tent om hun koek
op te eten. Daarna wandelden we de dierentuin binnen. Dit kan je niet
vergelijken met een dierentuin in België. Hier is dit zeer klein met vooral
allerlei soorten apen, kaaimannen, schildpadden en papegaaien. We zagen ook wel
everzwijnen, varkens, struisvogels, kippen, geiten, grote vogels, de rode ibis
(rode vogel), paarden, de tigrikat, een jaguar en een ezel. De hokken zijn
opvallend klein, waardoor er niet veel dieren samenzitten. Ik moet ook toegeven
dat er geen aangename geur heerste tijdens de wandeling door de dierentuin.
Samen met Delphine en juf Marijke vormde ik groep 1. Juf
Marijke vernoemde de dieren, hun eten en enkele weetjes. De uitstap is
gekoppeld aan hun thema. Ze zaten wel wat achter op schema, waardoor het bezoek
aan de dierentuin eigenlijk niet past binnen het thema. In België kan je dit
vergelijken met een bezoek brengen aan iets die te maken heeft met een thema in
de klas. Het is een waarnemen waar het explorerend beleven aan te pas komt.
Het was opvallend dat het bezoek niet op voorhand gepland
was. Ze vertrokken naar de dierentuin en daar bleef het bij. Ze hadden geen
weet van welke dieren er zouden zitten, maar dit kwam omdat er heel veel
veranderd was. Sommige juffen hadden zelfs het bordje nodig om de juiste
benaming van een dier te weten. Toch deden ze moeite om de kinderen voldoende
uitleg te geven en dat apprecieerde ik enorm! Spijtig dat de kinderen bang
werden gemaakt voor de dieren. Enkele kinderen liepen weg en durfden niet dicht
bij de dieren staan, omdat de juf telkens opmerkingen gaf als ze te dicht
kwamen. Ze vertelde zelfs verschillende keren dat de dieren zouden bijten of
hen zouden opeten. Ik vond dit jammer, want er kon zeker niets gebeuren. Je kan
wel eens zeggen dat de kleuters hun vingers niet door de draad mogen steken,
maar dat ze dicht kunnen staan om te kijken.
(ICOM: 5.3.: Kennis hebben van de beroepsuitoefening in andere landen en 3.1.: Internationaal oriënteren)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten